Windows 10

Windows 10 is de meest recente versie van Microsoft haar besturing systeem en er is nogal wat veranderd. Zo zijn er bijvoorbeeld twee verschillende manieren om instellingen aan te passen, het ouderwetse configuratie scherm maar ook de nieuwe instellingen app.
Windows Kennisbank
We begrijpen dat al die veranderingen best verwarrend kunnen zijn, daarom hier een kennisbank met veel gestelde vragen over windows 10.

Een draadloos netwerk instellen

Met een draadloos netwerk thuis kunt u in uw woning vanaf meer locaties online gaan. In dit artikel worden de basisstappen beschreven om een draadloos netwerk in te richten en hiermee aan de slag te gaan.

De juiste apparatuur aanschaffen

Dit is wat u nodig hebt voordat u uw draadloze netwerk kunt instellen:

Breedbandinternetverbinding en breedbandmodem. Een breedbandinternetverbinding is een snelle internetverbinding. Digital Subscriber Line (DSL)- en kabelverbinding zijn twee veelvoorkomende breedbandverbindingen. U kunt een breedbandverbinding aanschaffen door contact op te nemen met een internetprovider. Internetproviders die DSL aanbieden, zijn doorgaans telefoonbedrijven. Internetproviders die kabelverbindingen aanbieden, zijn meestal kabeltelevisiebedrijven. Internetproviders bieden vaak breedbandmodems aan. Sommige Internetproviders bieden ook combinaties van modems en draadloze routers aan. U kunt deze ook vinden in computer- of elektronicawinkels en online.

Draadloze router. Een router verzendt informatie tussen uw netwerk en internet. Met een draadloze router kunt u pc’s met uw netwerk verbinden door middel van radiosignalen in plaats van kabels. Er zijn verschillende soorten draadloze netwerktechnologieën, waaronder 802.11a, 802.11b, 802.11g, 802.11n en 802.11ac.

Draadloze netwerkadapter. Een draadloze netwerkadapter is een apparaat dat uw pc verbindt met een draadloos netwerk. Om uw draagbare of desktopcomputer te verbinden met uw draadloos netwerk, moet die pc beschikken over een draadloze netwerkadapter. De meeste laptops en tablets, en een aantal desktopcomputers, worden geleverd met een geïnstalleerde draadloze netwerkadapter.

U controleert als volgt of uw pc over een draadloze netwerkadapter beschikt:

Klik op de Startknop  , typ apparaatbeheer in het zoekvak en klik vervolgens op Apparaatbeheer.
Vouw Netwerkadapters uit.
Zoek een netwerkadapter waarvan de naam het woord wireless/draadloos bevat.
Het modem en de internetverbinding instellen

Als u over alle apparaten beschikt, moet u uw modem en de internetverbinding instellen. Als uw modem niet voor u is ingesteld door uw internetprovider, volgt u de instructies die bij de modem zijn meegeleverd om deze met uw pc en internet te verbinden. Als u een Digital Subscriber Line (DSL) gebruikt, sluit u uw modem aan op een telefoonaansluiting. Als u een kabelverbinding gebruikt, sluit u de modem op een kabelaansluiting.

De draadloze router optimaal opstellen

Plaats uw draadloze router ergens waar deze het beste signaal ontvangt, met zo weinig mogelijk storingen. Volg deze tips voor betere resultaten:

Plaats uw draadloze router op een centrale locatie. Plaats de router zo centraal mogelijk in uw woning om het draadloze signaal overal in uw woning krachtiger te maken.

Plaats de draadloze router niet op de vloer en uit de buurt van wanden en metalen voorwerpen, zoals metalen archiefkasten. Hoe minder fysieke obstakels er zich tussen uw pc en het signaal van de router bevinden, hoe meer kans u hebt dat u de volledige signaalsterkte van de router kunt gebruiken.

Verminder storingen. Sommige apparaten voor netwerken gebruiken een radiofrequentie van 2,4 gigahertz (GHz). Dat is dezelfde frequentie als de meeste magnetrons en veel draadloze telefoons. Als u de magnetron inschakelt of een oproep op een draadloze telefoon ontvangt, is het mogelijk dat uw draadloze signaal tijdelijk wordt onderbroken. De meeste van deze problemen kunt u voorkomen door een draadloze telefoon met een hogere frequentie, bijvoorbeeld 5,8 GHz, te gebruiken.

Uw draadloze netwerk beveiligen

Beveiliging is altijd belangrijk. Met een draadloos netwerk is het zelfs nog belangrijker omdat het signaal van uw netwerk ook buiten uw woning kan worden verspreid. Als u uw netwerk niet beveiligt, kunnen personen met pc’s in de buurt toegang krijgen tot informatie die op uw netwerk-pc’s is opgeslagen en uw internetverbinding gebruiken.

U kunt uw netwerk als volgt veiliger maken:

Verbeter de beveiliging van de router door de standaardgebruikersnaam en het standaardwachtwoord te wijzigen. De meeste routerfabrikanten gebruiken een standaardgebruikersnaam en een standaardwachtwoord voor de router en een standaardnetwerknaam (ook wel de SSID genoemd). Andere personen kunnen deze informatie gebruiken om toegang te krijgen tot uw router zonder dat u het weet. U kunt dit voorkomen door de standaardgebruikersnaam en het standaardwachtwoord voor uw router te wijzigen. Raadpleeg de documentatie bij uw apparaat voor meer informatie.

Stel een beveiligingssleutel (wachtwoord) in voor uw netwerk. Draadloze netwerken hebben een netwerkbeveiligingssleutel om ze te beveiligen tegen ongeoorloofde toegang. We raden voor de beveiliging het gebruik van Wi-Fi Protected Access 2 (WPA2) aan, als uw router dit ondersteunt. Raadpleeg voor meert informatie de documentatie die bij uw router zit, waaronder het type beveiliging dat wordt ondersteund en hoe u die instelt.
Een aantal routers ondersteunt WPS (Wi-Fi Protected Setup). Als uw router WPS ondersteunt en met het netwerk is verbonden, volgt u deze stappen om een netwerkbeveiligingssleutel in te stellen:

Voer een van de volgende handelingen uit, afhankelijk van welke versie van Windows op uw pc wordt uitgevoerd:
Selecteer Start in Windows 7 of Windows 8.1, begin Netwerkcentrum te typen en kies de gelijknamige optie in de lijst.
Selecteer Start in Windows 10 en selecteer Instellingen > Netwerk en internet > Status > Netwerkcentrum.
Selecteer Een nieuwe verbinding of een nieuw netwerk instellen.
Selecteer Een nieuw netwerk instellen en kies Volgende.
De wizard helpt u bij het maken van een netwerknaam en een beveiligingssleutel. Als uw router dit ondersteunt, zal de wizard standaard de beveiliging Wi‑Fi Protected Access (WPA of WPA2) voorstellen. U kunt het best WPA2 gebruiken omdat dit een betere beveiliging biedt dan WPA of Wired Equivalent Privacy (WEP). Als u voor WPA2 of WPA kiest, kunt u ook een wachtwoordzin gebruiken, zodat u geen cryptische reeks letters en cijfers hoeft te onthouden.

Noteer uw beveiligingssleutel en bewaar deze op een veilige plaats. U kunt uw beveiligingssleutel ook opslaan op een USB-flashstation door de instructies in de wizard te volgen. (U kunt een beveiligingssleutel opslaan op een USB-flashstation in Windows 8 en Windows 7, maar niet in Windows 10.)

Gebruik een firewall. Een firewall is hardware of software waarmee u uw pc kunt beveiligen tegen onbevoegde gebruikers of schadelijke software (malware). Door op elke pc in uw netwerk een firewall te gebruiken, kunt u de verspreiding van schadelijke software in uw netwerk beperken en uw pc’s beter beveiligen wanneer u ze voor internettoegang gebruikt. Windows Firewall maakt deel uit van deze versie van Windows.

Een pc verbinden met uw draadloze netwerk

Selecteer het pictogram Netwerk  of  in het systeemvak.
Kies in de lijst met netwerken het netwerk waarmee u verbinding wilt maken en selecteer vervolgens Verbinden.
Typ de beveiligingssleutel (wordt vaak het wachtwoord genoemd).
Volg eventuele aanvullende instructies.
Als u problemen met uw Wi-Fi-netwerk hebt bij het gebruik van Windows 10, raadpleeg dan een van onze specialisten voor meer informatie over geavanceerde probleemoplossing.

Verbinding maken met een Wi-Fi-netwerk in Windows 10

Of u nu thuis, op het werk of onderweg bent, waarschijnlijk kunt u wel een Wi-Fi-netwerk vinden waarmee u verbinding kunt maken met internet.

Selecteer het pictogram Netwerk op de taakbalk. Welk pictogram wordt weergegeven, is afhankelijk van de status van uw huidige verbinding. Als u niet een van de netwerkpictogrammen uit de volgende afbeelding (of een vergelijkbaar pictogram) ziet, selecteert u de Pijl-omhoog om te kijken of het wordt weergegeven.

Kies het Wi-Fi-netwerk waarmee u verbinding wilt maken en selecteer Verbinden.

Typ het netwerkwachtwoord en selecteer Volgende.

Kies Ja of Nee, afhankelijk van het type netwerk waarmee u verbinding maakt en of u wilt dat uw pc door andere computers en apparaten op het netwerk kan worden gevonden.

Als u problemen met uw Wi-Fi-netwerk hebt bij het gebruik van Windows 10, raadpleeg dan een van onze specialisten voor meer informatie over geavanceerde probleemoplossing.

Het wachtwoord voor uw Wi-Fi-netwerk zoeken in Windows

Als u het wachtwoord van uw Wi-Fi-netwerk bent vergeten, kunt u dit vinden als u een andere Windows-pc hebt die al is verbonden met uw Wi-Fi-netwerk. Nadat u uw wachtwoord hebt gevonden, kunt u dit gebruiken op een andere pc of apparaat om verbinding te maken met uw Wi-Fi-netwerk.

Voer op een Windows-pc die is verbonden met uw Wi-Fi-netwerk een van de volgende handelingen uit, afhankelijk van welke versie van Windows wordt uitgevoerd op uw pc:
Selecteer in Windows 10 de Startknop  selecteer Instellingen  > Netwerk en internet  > Status  > Netwerkcentrum.
Zoek in Windows 8.1 of 7 naar netwerk en selecteer vervolgens Netwerkcentrum in de lijst met resultaten.
Als u wilt weten welke versie van Windows u hebt, raadpleegt u Welk Windows-besturingssysteem gebruik ik?
Selecteer in Netwerkcentrum, naast Verbindingen, de naam van uw Wi-Fi-netwerk.
Selecteer in Wi-Fi-status de optie Eigenschappen van draadloos netwerk.
Selecteer in Eigenschappen van draadloos netwerk het tabblad Beveiliging en selecteer vervolgens het selectievakje Tekens weergeven.
Het wachtwoord van uw Wi-Fi-netwerk wordt weergegeven in het vakje Netwerkbeveiligingssleutel.
Maak op een andere Windows-pc of ander apparaat verbinding met Wi-Fi zoals u dat normaal doet, en voer uw Wi-Fi-wachtwoord in wanneer u hierom wordt gevraagd.

Verbinding maken met een VPN in Windows 10

U kunt verbinding maken met een VPN (Virtual Private Network) op uw Windows 10-pc, zowel voor het werk als voor persoonlijk gebruik. Een VPN-verbinding biedt een veiligere verbinding met en toegang tot uw bedrijfsnetwerk en internet, bijvoorbeeld wanneer u werkt vanuit een restaurant of een vergelijkbare openbare locatie.

Een VPN-profiel maken

Voordat u verbinding kunt maken met een VPN, moet u een VPN-profiel op uw pc hebben. U kunt zelf een VPN-profiel maken of u kunt een werkaccount instellen om een VPN-profiel van uw bedrijf te krijgen.

Voordat u begint:

Als het profiel is bedoeld voor uw werk, zoekt u naar de VPN-instellingen of een VPN-app op de intranetsite van uw bedrijf wanneer u op het werk bent of neemt u contact op met de ondersteuningsmedewerker van uw bedrijf.
Als het profiel is bedoeld voor een VPN-service waarop u zich abonneert voor eigen gebruik, gaat u naar de Microsoft Store  om te controleren of er een app voor deze service beschikbaar is en gaat u naar de website van de VPN-service om te kijken of de instellingen van de VPN-verbinding hier worden vermeld.
Selecteer de Startknop  en vervolgens Instellingen  > Netwerk en internet  > VPN > Een VPN-verbinding toevoegen.
Voer de volgende handelingen uit in Een VPN-verbinding toevoegen:
Kies bij VPN-provider de optie Windows (ingebouwd).
Voer in het vak Verbindingsnaam een naam in die u zult herkennen, bijvoorbeeld Mijn persoonlijke VPN. Dit is de naam van de VPN-verbinding die u nodig hebt om verbinding te maken.
Typ in het vak Servernaam of -adres het adres voor de VPN-server.
Kies voor VPN-type het type VPN-verbinding dat u wilt maken. U moet weten welk type VPN-verbinding uw bedrijf of de VPN-service gebruikt.
Kies voor Type aanmeldingsgegevens het type aanmeldingsgegevens (ook wel referenties genoemd) dat u wilt gebruiken. Dit kan een gebruikersnaam en wachtwoord, een eenmalig wachtwoord, een certificaat of misschien een smartcard zijn als u verbinding maakt met een VPN voor uw werk. Typ uw gebruikersnaam en wachtwoord in de desbetreffende vakken (indien vereist).
Selecteer Opslaan.
Als u de VPN-verbindingsgegevens wilt bewerken of extra instellingen wilt opgeven, zoals de proxyinstellingen die u voor de VPN-verbinding wilt gebruiken, selecteert u de VPN-verbinding en vervolgens Geavanceerde opties.
Verbinding maken met een VPN

Wanneer u een VPN-profiel hebt, kunt u verbinding maken.

Selecteer het pictogram Netwerk ( of ) uiterst rechts op de taakbalk.
Selecteer de VPN-verbinding die u wilt gebruiken en voer vervolgens een van de volgende handelingen uit, afhankelijk van wat er gebeurt wanneer u de VPN-verbinding selecteert:
Als de knop Verbinden wordt weergegeven onder de VPN-verbinding, selecteert u Verbinden.
Als de VPN-sectie wordt geopend in Instellingen, selecteert u de VPN-verbinding en vervolgens Verbinden.
Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord of andere aanmeldingsgegevens in als u hierom wordt gevraagd.
Wanneer u verbinding hebt, wordt onder de naam van de VPN-verbinding Verbonden weergegeven. Als u wilt controleren of u verbonden bent met de VPN terwijl u uw pc gebruikt, selecteert u het pictogram Netwerk ( of ) uiterst rechts op de taakbalk en controleert u of onder de VPN-verbinding Verbondenwordt weergegeven.

Werken met Extern bureaublad

Gebruik Extern bureaublad op uw Windows-, Android- of iOS-apparaat om op afstand verbinding te maken met een Windows 10-pc.

Stel de pc waarmee u verbinding wilt maken, zo in dat externe verbindingen zijn toegestaan:
Controleer of u Windows 10 Pro hebt. Ga hiervoor naar Start  > Instellingen > Systeem > Over en zoek naar Editie. Neem contact op met onze specialisten voor informatie over hoe u kunt upgraden van Windows 10 Home naar Windows 10 Pro.
Wanneer u klaar bent, selecteert u op het apparaat waarmee u verbinding wilt maken Start > Instellingen > Systeem > Extern bureaublad en schakelt u Extern bureaublad inschakelen in.
Noteer de naam van deze pc onder Verbinding maken met deze pc. Deze hebt u later nodig.
Extern bureaublad gebruiken om verbinding te maken met de pc die u instelt:
Op uw lokale pc met Windows 10: typ in het zoekvak op de taakbalk de tekst Verbinding met extern bureaublad en selecteer vervolgens Verbinding met extern bureaublad. Typ in Verbinding met extern bureaublad de naam van de pc waarmee u verbinding wilt maken (vanaf stap 1) en selecteer vervolgens Verbinding maken.

Op uw Windows-, Android of iOS-apparaat: open de app Extern bureaublad (die gratis beschikbaar is in de Microsoft Store, Google Play en Mac App Store) en voeg de naam van de pc toe waarmee u verbinding wilt maken (vanaf stap 1).  Selecteer de externe pc en wacht tot de verbinding is voltooid.

Problemen met Wi-Fi-verbindingen in Windows oplossen

Netwerkproblemen oplossen in Windows 10

Als u geen e-mail kunt ontvangen, niet kunt surfen op het web of muziek kunt streamen, bent u waarschijnlijk niet verbonden met uw netwerk en kunt u niet op internet komen. Hier volgen enkele dingen die u kunt problemen om het probleem op te lossen.

Probeer dit eerst

Probeer eerst het volgende om het verbindingsprobleem op te lossen of nader te bepalen.

Controleer of Wi-Fi is ingeschakeld. Selecteer het pictogram Geen internetverbinding

aan de rechterkant van de taakbalk en controleer of Wi-Fi is ingeschakeld. Als dat niet het geval is, selecteert u deze optie om deze in te schakelen. Controleer ook of de vliegtuigstand is uitgeschakeld.

Ga daarna na of een Wi-Fi-netwerk dat u herkent en vertrouwt, wordt weergegeven in de lijst met netwerken. Als dat het geval is, selecteert u het Wi-Fi-netwerk en probeert u er verbinding mee te maken. Als Verbonden onder de netwerknaam wordt weergegeven, selecteert u Verbinding verbreken, wacht u een ogenblik en selecteert u opnieuw Verbinden.
Probeer verbinding te maken met een netwerk op een andere frequentieband. Veel Wi-Fi-routers van consumentenklasse zenden uit op twee verschillende netwerkfrequentiebanden: 2,4 GHz en 5 GHz. Deze worden in de lijst met beschikbare Wi-Fi-netwerken als afzonderlijke netwerken weergegeven. Als uw lijst met beschikbare Wi-Fi-netwerken zowel een 2,4 GHz-netwerk als een 5 GHz-netwerk bevat, probeert u verbinding te maken met het andere netwerk. Meer informatie over de verschillen tussen 2,4 GHz- en 5 GHz-netwerken vindt u in de sectie Fysieke problemen in uw huis.
Controleer of de fysieke Wi-Fi-schakelaar op uw laptop is ingeschakeld. (Meestal wordt met een lampje aangegeven of Wi-Fi is ingeschakeld.)
Voer de probleemoplosser voor netwerken uit. De probleemoplosser voor netwerken kan helpen bij het opsporen en oplossen van veelvoorkomende verbindingsproblemen.
De probleemoplosser voor netwerken uitvoeren

Selecteer de Startknop  > Instellingen > Netwerk en internet > Status.
Statusinstellingen voor Netwerk en internet openen
Selecteer onder Netwerkinstellingen wijzigen Probleemoplosser voor netwerken.
Volg de stappen in de probleemoplosser en controleer of het probleem hiermee is opgelost.
Start de modem en draadloze router opnieuw op. Op deze manier wordt een nieuwe verbinding met uw internetprovider tot stand gebracht.
Wanneer u dit doet, wordt de verbinding van iedereen die is aangesloten op uw Wi-Fi-netwerk tijdelijk verbroken. De stappen die u moet nemen om het modem en de router opnieuw op te starten kunnen variëren, maar hier volgen de algemene stappen. (Opmerking: als u een apparaat met gecombineerde kabelmodem/Wi-Fi-router hebt, hoeft u alleen de stappen voor het ene apparaat uit te voeren.)
Haal de stekker van de router uit het stopcontact.
Haal de stekker van het modem uit het stopcontact.Sommige modems zijn voorzien van een back-upbatterij. Verwijder de batterij uit het modem als de lampjes blijven branden nadat u de stekker hebt losgekoppeld.
Wacht ten minste 30 seconden.Als het nodig was om de batterij te verwijderen, moet u deze weer terugplaatsen.
Stop de stekker van het modem weer in het stopcontact. De lampjes op het modem gaan knipperen. Wacht totdat deze niet meer knipperen.
Steek de stekker van de router weer in het stopcontact.Wacht een paar minuten totdat de modem en router volledig zijn opgestart. Meestal kunt u dit zien aan de statuslampjes op de twee apparaten.
Probeer opnieuw verbinding te maken op uw pc.
De oorzaak van het probleem specificeren

Verbindingsproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben: problemen met de website, uw apparaat, de Wi-Fi-router, de modem of de internetprovider (ISP). Probeer de volgende stappen om de oorzaak van het probleem te achterhalen.

Als het pictogram Wi-Fi-verbinding aan de rechterkant van de taakbalk wordt weergegeven, gaat u naar een andere website. Als de website wordt geopend, is er mogelijk een probleem met de specifieke website. Als u geen verbinding kunt maken met een andere website, gaat u naar de volgende stap.
Probeer op een andere laptop of telefoon verbinding te maken met hetzelfde netwerk. Als u verbinding kunt maken, wordt probleem waarschijnlijk veroorzaakt door uw apparaat. Ga naar de sectie Netwerkproblemen op uw apparaat oplossen. Als u op geen enkel apparaat verbinding kunt maken met het netwerk, gaat u verder met de volgende stap.
Controleer of er een probleem is met de verbinding met uw Wi-Fi-router. Doe dit met behulp van een ping-test.
Typ in het zoekvak op de taakbalk de tekst opdrachtprompt. De knop Opdrachtprompt wordt weergegeven. Selecteer rechts daarvan de optie Als Administrator uitvoeren > Ja.
Typ ipconfig achter de opdracht prompt en selecteer Enter. Zoek de naam van uw Wi-Fi-netwerk in de resultaten en zoek het IP-adres dat wordt weergegeven naast Standaardgateway voor dat Wi-Fi-netwerk. Noteer dat adres als dat nodig. Bijvoorbeeld: 192.168.1.1
Typ achter de prompt ping en selecteer Enter.  Typ bijvoorbeeld ping 192.168.1.1 en selecteer Enter.  De resultaten moet er ongeveer als volgt uitzien:
Reply from 192.168.1.1: bytes=32 time=5ms TTL=64

Reply from 192.168.1.1: bytes=32 time=5ms TTL=64

Reply from 192.168.1.1: bytes=32 time=5ms TTL=64

Reply from 192.168.1.1: bytes=32 time=5ms TTL=64

Ping statistics for 192.168.1.1: Packets: Sent = 4, Received = 4, Lost = 0 (0% loss), Approximate round trip times in milli-seconds:  Minimum = 4ms, Maximum = 5ms, Average = 4ms

Als u dergelijke resultaten ziet en een antwoord krijgt, hebt u een verbinding met uw Wi-Fi-router, dus is er mogelijk een probleem met uw modem of internetprovider. Neem contact op met uw ISP of zoek online op een ander apparaat (indien mogelijk) om te zien of er sprake is van een servicestoring.

Als de resultaten van de ping-test aangeven dat u geen antwoord ontvangt van de router, kunt u proberen uw pc rechtstreeks op uw modem aan te sluiten met behulp van een Ethernet-kabel (indien mogelijk). Als u verbinding kunt maken met internet met behulp van een Ethernet-kabel, wordt het verbindingsprobleem veroorzaakt door de Wi-Fi-router. Controleer of de meest recente firmware hebt geïnstalleerd en controleer de documentatie voor de router.

Netwerkproblemen op je apparaat oplossen

Netwerkopdrachten uitvoeren

Probeer deze netwerkopdrachten uit te voeren om de TCP/IP-stack handmatig opnieuw in te stellen, het IP-adres vrij te geven en te vernieuwen en de cache voor de DNS-client omzetting te legen en opnieuw in te stellen:

Typ Opdrachtprompt in het zoekvak op de taakbalk. De knop Opdrachtprompt wordt weergegeven. Selecteer rechts daarvan de optie Als Administrator uitvoeren > Ja.
Voer achter de opdrachtprompt de volgende opdrachten uit in de opgegeven volgorde en controleer vervolgens of uw probleem hiermee is opgelost:
Typ netsh winsock reset en selecteer Enter.
Typ netsh int ip reset en selecteer Enter.
Typ ipconfig /release en selecteer Enter.
Typ ipconfig /renew en selecteer Enter.
Typ ipconfig /flushdns en selecteer Enter.
Het stuurprogramma van de netwerkadapter verwijderen en opnieuw opstarten

Als de vorige stappen niet werken, probeert u het stuurprogramma van de netwerkadapter te verwijderen en start u vervolgens de computer opnieuw op. Het meest recente stuurprogramma wordt dan automatisch geïnstalleerd. Je kunt deze aanpak overwegen als je netwerkverbinding niet meer goed werkt na een recente update.

Voordat u het stuurprogramma verwijdert, moet u controleren of u stuurprogramma’s hebt die als back-up kunnen dienen. Ga naar de website van de fabrikant van de pc en download het meest recente stuurprogramma voor de netwerkadapter vanaf die website. Als uw pc geen verbinding met internet kan maken, download dan een stuurprogramma op een andere pc en sla dit programma op een USB-flashstation op zodat u het op uw pc kunt installeren. U moet de fabrikant van uw pc en de modelnaam of het nummer kennen.

Typ Apparaatbeheer in het zoekvak op de taakbalk en selecteer vervolgens Apparaatbeheer in de lijst met resultaten.
Vouw Netwerkadapters uit en zoek de netwerkadapter voor uw apparaat.
Selecteer de netwerkadapter (of klik erop met de rechtermuisknop) en selecteer Apparaat verwijderen > het selectievakje Stuurprogramma voor dit apparaat verwijderen > Verwijderen.
Nadat het stuurprogramma is verwijderd, selecteert u de Startknop > Aan/uit  > Opnieuw opstarten.
Nadat de pc opnieuw is opgestart, wordt het stuurprogramma van de netwerkadapter automatisch opgezocht en geïnstalleerd. Controleer of uw verbindingsprobleem hiermee is opgelost. Als er niet automatisch een stuurprogramma wordt geïnstalleerd, kunt u het stuurprogramma installeren dat u als back-up had opgeslagen voordat u het stuurprogramma verwijderde.
Controleer of de netwerkadapter compatibel is met de meest recente Windows Update

Als de netwerkverbinding direct na het upgraden of bijwerken van Windows 10 is verbroken, is het mogelijk dat het huidige stuurprogramma voor de netwerkadapter is ontworpen voor een eerdere versie van Windows. Om dit te controleren, probeert u de recente Windows Update tijdelijk te verwijderen:
Selecteer de Startknop  en vervolgens Instellingen  > Bijwerken en beveiliging  > Windows Update  > Geschiedenis van updates weergeven > Updates verwijderen.
Selecteer de meest recente update en selecteer vervolgens Verwijderen.
Als door het verwijderen van de meest recente update de netwerkverbinding wordt hersteld, controleert u of er een bijgewerkt stuurprogramma beschikbaar is:

Typ Apparaatbeheer in het zoekvak op de taakbalk en selecteer vervolgens Apparaatbeheer in de lijst met resultaten.
Vouw Netwerkadapters uit en zoek de netwerkadapter voor uw apparaat.
Selecteer de netwerkadapter en houd vast (of klik erop met de rechtermuisknop) en selecteer vervolgens Stuurprogramma bijwerken >Automatisch naar bijgewerkte stuurprogramma’s zoeken en volg dan de instructies.
Als u na de installatie van het bijgewerkte stuurprogramma wordt gevraagd opnieuw op te starten, selecteert u de Startknop > Aan/uit  > Opnieuw opstarten en controleert u of het verbindingsprobleem hiermee is opgelost.
Als er geen nieuw stuurprogramma voor uw netwerkadapter wordt gevonden, gaat u naar de website van de fabrikant van de pc en downloadt u het meest recente stuurprogramma op de website. U moet de fabrikant van uw pc weten en de naam of het nummer van het model.

Voer een van de volgende handelingen uit:

Als u geen nieuwer stuurprogramma voor de netwerkadapter kunt downloaden en installeren, verbergt u de update die het verbreken van de netwerkverbinding veroorzaakt. Neem contact met ons op voor meer informatie over het verbergen van updates.
Als u bijgewerkte stuurprogramma’s voor uw netwerkadapter hebt kunnen installeren, installeert u de meest recente updates opnieuw. Daartoe selecteert u de Startknop  en vervolgens Instellingen  > Bijwerken en beveiliging  > Windows Update  > Controleren op updates.
Netwerk opnieuw instellen gebruiken

Het opnieuw instellen van het netwerk zou de laatste stap moeten zijn die u probeert. U kunt deze mogelijkheid gebruiken als u geen verbinding kunt maken met behulp van de vorige stappen.

Dit kan helpen bij het oplossen van verbindingsproblemen die u mogelijk hebt na een upgrade van een eerdere versie van Windows naar Windows 10. Het kan ook helpen om het probleem op te lossen waarbij u verbinding kunt maken met internet, maar geen verbinding kunt maken met gedeelde netwerkstations. Met Netwerk opnieuw instellen worden alle geïnstalleerde netwerkadapters met de bijbehorende instellingen verwijderd. Nadat de pc opnieuw is opgestart, worden alle netwerkadapters opnieuw geïnstalleerd en alle instellingen teruggezet op de standaardwaarden.

Opmerking

Als u het netwerk opnieuw wilt instellen, moet Windows 10 versie 1607 of hoger op uw pc staan. Als u wilt zien welke versie van Windows 10 momenteel op uw apparaat wordt uitgevoerd, selecteert u de Startknop en vervolgens Instellingen  > Systeem > Info.

Selecteer de Startknop  en vervolgens Instellingen  > Netwerk en internet  > Status > Netwerk opnieuw instellen.
Statusinstellingen voor Netwerk en internet openen
Selecteer in het scherm Netwerk opnieuw instellen de optie Nu opnieuw instellen > Ja om te bevestigen.Wacht tot uw pc opnieuw is opgestart om te zien of het probleem hiermee is opgelost.
Opmerkingen

Na het gebruik van de functie voor het opnieuw instellen van het netwerk, moet u andere netwerksoftware mogelijk opnieuw installeren en configureren, zoals VPN-clientsoftware of virtuele Hyper‑V-switches (als u deze of andere netwerkvirtualisatiesoftware gebruikt).

Het is mogelijk dat Netwerk opnieuw instellen al uw bekende netwerkverbindingen instelt op een profiel voor openbare netwerken. In een profiel voor openbare netwerken is uw pc niet zichtbaar voor andere pc’s en apparaten in het netwerk, waardoor uw pc mogelijk veiliger is. Als uw pc echter deel uitmaakt van een thuisgroep of wordt gebruikt voor het delen van bestanden of een printer, moet u zorgen dat uw pc weer zichtbaar is door deze in te stellen op het gebruik van een profiel voor een privénetwerk. Om dit te doen selecteert u de Startknop  en selecteert u Instellingen > Netwerk en internet  > Wi-Fi . Selecteer op het scherm Wi-Fi de optie Bekende netwerken beheren > de netwerkverbinding die u wilt wijzigen > Eigenschappen. Selecteer onder Netwerkprofiel de optie Privé.

Uw IP-adres zoeken

Voor verbinding via Wi-Fi

Selecteer op de taakbalk Wi-Fi-netwerk  > het Wi-Fi-netwerk waarmee u verbinding hebt > Eigenschappen.

Zoek onder Eigenschappen uw IP-adres op. Dit wordt weergegeven naast IPv4-adres.

Wi-Fi-instellingen openen
Voor Ethernet-verbinding

Selecteer op de taakbalk het pictogram Ethernet-netwerk de verbinding met het Ethernet-netwerk.

Selecteer onder Ethernet de Ethernet-netwerkverbinding.

Zoek onder Eigenschappen uw IP-adres op. Dit wordt weergegeven naast IPv4-adres.

Wat is er gewijzigd in Verkenner?

Zoals veel van de onderdelen in het besturingsysteem, wordt het onderdeel Verkenner alleen maar beter met de jaren. Als u dit wilt ervaren in Windows 10, selecteert u het pictogram op de taakbalk of het menu Start, of drukt u op de Windows-logo toets + E op het toetsenbord.

Dit zijn enkele belangrijke wijzigingen voor Windows 10:

OneDrive de cloudopslagdienst van Microsoft maakt nu deel uit van Verkenner. Als u snel wilt weten hoe dit werkt, raadpleegt u OneDrive op uw PC.
Als u Verkenner opent, komt u automatisch terecht in Snelle toegang. Hier staan uw veelgebruikte mappen en onlangs gebruikte bestanden, dus u hoeft niet door een reeks mappen te bladeren om deze te vinden. U kunt uw favoriete mappen vastmaken aan Snelle toegang, zodat u ze altijd bij de hand hebt.

U kunt nu rechtstreeks vanuit Verkenner apps gebruiken om bestanden en foto’s te delen. Selecteer de bestanden die u wilt delen, ga naar het tabblad delen en selecteer de knop delen . Kies vervolgens een app.

Als u bent gewend om met Windows 7 te werken, zijn hier nog een paar verschillen:

Mijn computer heet nu deze PC en wordt niet standaard weergegeven op uw bureaublad. Als u wilt weten hoe u deze PC kunt toevoegen aan uw bureaublad of het menu Start.
Bibliotheken worden niet weergegeven in de Verkenner, tenzij u dat wilt. Als u ze aan het linkerdeelvenster wilt toevoegen, selecteert u het tabblad weergave > navigatiedeelvenster > bibliotheken weergeven.

Vastmaken, verwijderen en aanpassen in Snelle toegang

Bestandsverkenner wordt standaard geopend voor Snelle toegang. U kunt instellen dat een map wordt weergegeven in snelle toegang, zodat deze gemakkelijk te vinden is. Klik met de rechtermuisknop op een map en selecteer Vastmaken aan Snelle toegang. Wanneer u de map niet meer nodig hebt, maakt u hem weer los.

Als u alleen de vastgemaakte mappen wilt weergeven, kunt u recente bestanden of veelgebruikte mappen uitschakelen. Ga naar het tabblad Weergaveen selecteer vervolgens Opties. Schakel in de sectie Privacy de selectievakjes uit en selecteer Toepassen. Nu worden bij Snelle toegang alleen uw vastgemaakte mappen weergegeven. (Als u de weergave weer inschakelt, worden items die u eerder hebt verwijderd uit Snelle toegang mogelijk opnieuw weergegeven.)

U kunt items ook uit Snelle toegang verwijderen. Als er iets wordt weergegeven dat u niet meer wilt zien, klikt u er met de rechtermuisknop op en selecteert u Verwijderen uit Snelle toegang. Vervolgens wordt dat item niet meer weergegeven, ook als u het elke dag gebruikt.

De prullenbak zoeken

Als op uw bureaublad helemaal geen pictogrammen worden weergegeven, klikt u met de rechtermuisknop op het bureaublad (of druk erop en houd vast) en selecteert u Beeld. Als Bureaubladpictogrammen weergeven  geen vinkje heeft, klikt u op de optie om een vinkje toe te voegen.

Als dat niet werkt, probeert u het volgende:

Selecteer de Startknop  > Instellingen  > Persoonlijke instellingen > Thema’s > Instellingen voor bureaubladpictogrammen.

Controleer of het selectievakje naast Prullenbak is ingeschakeld, en selecteer OK. Het pictogram wordt nu weergegeven op uw bureaublad.

Opmerking: In de tabletmodus worden er geen bureaubladpictogrammen weergegeven. Als u uw bureaubladpictogrammen wilt weergeven in de tabletmodus, selecteert u de Startknop  > Instellingen  > Systeem > Tabletmodus. App-pictogrammen op de taakbalk verbergen in de tabletmodus en De taakbalk automatisch verbergen in de tabletmodus moeten zijn uitgeschakeld.

De instelling Thema’s openen

Bestanden delen in Verkenner

Selecteer een bestand, ga naar het tabblad Delen en selecteer Delen om een bestand te delen.

Opslagruimten in Windows 10

Met Opslagruimten kunt u uw gegevens beschermen tegen schijfstoringen. U kunt uw opslagruimte ook uitbreiden door stations aan uw pc toe te voegen. Met Opslagruimten kunt u twee of meer stations indelen in een opslaggroep en de capaciteit van die groep gebruiken om virtuele stations te maken. Deze worden ook wel opslagruimten genoemd. Deze opslagruimten bevatten meestal twee exemplaren van uw gegevens, zodat u bij een schijfstoring altijd nog beschikt over één intact exemplaar van uw gegevens. Als de capaciteit opraakt, kunt u meer stations aan de opslaggroep toevoegen.
Alles verbergen
Wat heb ik nodig om een opslagruimte te maken?

U hebt ten minste twee extra stations nodig (naast het station waarop Windows is geïnstalleerd). Dit kunnen interne of externe harde schijven zijn, of SSD’s (Solid State Drives). U kunt Opslagruimten gebruiken met allerlei typen stations, waaronder USB-, SATA- en SAS-stations.

Hoe maak ik een opslagruimte?

Voeg de stations toe of maak verbinding met de stations die u wilt groeperen via Opslagruimten.
Ga naar de taakbalk, typ Opslagruimten in het zoekvak en selecteer Opslagruimten in de lijst met zoekresultaten.
Selecteer Een nieuwe groep en opslagruimte maken.
Selecteer de stations die u aan de nieuwe opslagruimte wilt toevoegen en selecteer Groep maken.
Geef het station een naam en wijs een letter toe en kies vervolgens een indeling. Mirror in twee richtingen, Mirror in drie richtingen en Pariteitkunnen bijdragen aan het beschermen van de bestanden in de opslagruimte in het geval van het uitvallen van een station.
Voer de maximale grootte in voor de opslagruimte en selecteer vervolgens Opslagruimte maken.
Moet ik een eenvoudige, mirror- of pariteitsopslagruimte maken?

Eenvoudige opslagruimten zijn ontworpen voor betere prestaties, maar beschermen uw bestanden niet tegen schijfstoringen. Deze opslagruimten zijn het meest geschikt voor tijdelijke gegevens (zoals bestanden voor videorendering), scratchbestanden van afbeeldingseditors en tijdelijke objectbestanden van compileerprogramma’s. Voor eenvoudige opslagruimten zijn ten minste twee stations nodig.
Mirroropslagruimten zijn ontworpen voor betere prestaties en bieden bescherming tegen schijfstoringen omdat er meerdere exemplaren van de gegevens worden opgeslagen. Met tweevoudige mirroropslagruimten worden twee exemplaren van de gegevens opgeslagen, zodat u bent beschermd tegen een enkele schijfstoring. Met drievoudige mirroropslagruimten bent u beschermd tegen twee schijfstoringen. Mirroropslagruimten zijn geschikt voor veel verschillende soorten gegevens, van een bestandsshare voor algemene doeleinden tot een VHD-bibliotheek. Wanneer een opslagruimte is geformatteerd met een tolerant bestandssysteem (ReFS), wordt de gegevensintegriteit automatisch beheerd door Windows, zodat uw bestanden nog beter beschermd zijn tegen schijfstoringen. Voor tweevoudige mirroropslagruimten zijn minimaal twee stations vereist en voor drievoudige mirroropslagruimten minimaal vijf.
Pariteitsopslagruimten zijn ontworpen voor efficiënt gebruik van opslagruimte en bieden bescherming tegen stationsfouten omdat er meerdere exemplaren van de gegevens worden opgeslagen. Pariteitsopslagruimten zijn het meest geschikt voor archiveringsgegevens en streamingmedia, zoals muziek en video’s. Voor deze opslagindeling zijn minimaal drie stations vereist om u te beschermen tegen een enkele schijfstoring en minimaal zeven stations om u te beschermen tegen twee schijfstoringen.
Moet ik mijn groep upgraden?

Nadat u de upgrade naar Windows 10 hebt uitgevoerd, is het raadzaam dat u een upgrade van de bestaande groepen uitvoert. Nadat een upgrade van een groep is uitgevoerd, kunt u stationsgebruik optimaliseren en stations verwijderen uit groepen zonder de bescherming van de groep tegen schijfstoringen te beïnvloeden.
Opmerking
Groepen waarop een upgrade is uitgevoerd, zijn niet compatibel met eerdere versies van Windows.

Wanneer moet ik stationsgebruik optimaliseren?

Wanneer u nieuwe stations aan een bestaande groep toevoegt, is het een goed idee om het stationsgebruik te optimaliseren. Hierdoor wordt een gedeelte van de gegevens verplaatst naar het nieuw toegevoegde station zodat de groepscapaciteit optimaal wordt gebruikt. De optimalisatie wordt standaard uitgevoerd wanneer u een nieuw station toevoegt aan een groep waarop een upgrade is uitgevoerd in Windows 10. U ziet dat het selectievakje Optimaliseren om bestaande gegevens te verspreiden over alle stations ingeschakeld is wanneer u de schijf toevoegt. Als u het selectievakje echter hebt uitgeschakeld of stations hebt toegevoegd voordat u een upgrade op een groep hebt uitgevoerd, moet u het stationsgebruik handmatig optimaliseren. Typ hiervoor Opslagruimten in het zoekvak op de taakbalk, selecteer Opslagruimten in de lijst met zoekresultaten en selecteer vervolgens Stationsgebruik optimaliseren.

Hoe kan ik een station uit een groep verwijderen?

Als u een groep hebt gemaakt in Windows 10 of een upgrade op een bestaande groep hebt uitgevoerd, kunt u een station hieruit verwijderen. De opgeslagen gegevens op het station worden nu naar andere stations in de groep verplaatst en u kunt het station gebruiken voor iets anders.

Ga naar de taakbalk, typ Opslagruimten in het zoekvak en selecteer Opslagruimten in de lijst met zoekresultaten.
Selecteer Instellingen wijzigen > Fysieke stations om alle stations in de groep te zien.
Zoek het station dat u wilt verwijderen en selecteer Voorbereiden voor verwijdering > Voorbereiden voor verwijdering. Laat uw pc ingeschakeld totdat het station kan worden verwijderd. Dit kan enkele uren duren, afhankelijk van hoeveel gegevens erop zijn opgeslagen.
(Optioneel) U kunt de stationsvoorbereiding versnellen door te voorkomen dat uw pc in de slaapstand gaat. Typ Energiebeheer en slaapstand in het zoekvak op de taakbalk en selecteer vervolgens Energie- en slaapstandinstellingen. Selecteer Nooit onder Bij gebruik van netstroom slaapstand van pc inschakelen na.
Als het station wordt weergegeven als Gereed voor verwijderen, selecteert u Verwijderen > Station verwijderen. Nu kunt u het station loskoppelen van uw pc.
Opmerking
Als u op problemen stuit wanneer u probeert het station voor te bereiden voor verwijdering, kan dat komen omdat er onvoldoende vrije ruimte in de groep is voor het opslaan van alle gegevens van het station dat u wilt verwijderen. Probeer een nieuw station toe te voegen aan de groep dat zo groot is als het station dat u wilt verwijderen en probeer het vervolgens opnieuw.

Bestanden synchroniseren met OneDrive in Windows

Met OneDrivekunt u bestanden synchroniseren tussen uw computer en de cloud, zodat u uw bestanden vanaf elke locatie kunt openen: uw computer, uw mobiele apparaat en zelfs via de OneDrive website op OneDrive.com. Als u een bestand of map in uw OneDrive-map toevoegt, wijzigt of verwijdert, wordt het bestand of de map toegevoegd, gewijzigd of verwijderd op de OneDrive-website, en omgekeerd. U kunt rechtstreeks met uw gesynchroniseerde bestanden werken in Verkenner en uw bestanden openen, ook als u offline bent. Wanneer u online bent, worden alle wijzigingen die door u of anderen zijn aangebracht, automatisch gesynchroniseerd.

In dit artikel wordt beschreven hoe u de OneDrive-synchronisatie-app downloadt en u zich aan kunt melden met uw persoonlijke, werk- of schoolaccount om aan de slag te gaan met synchroniseren. Als u Microsoft 365-apps voor bedrijvengebruikt, kunt u ook bestanden van uw SharePoint-sites synchroniseren. Als u Microsoft 365-apps voor bedrijven niet gebruikt, gebruikt u SharePoint-bestanden synchroniseren met de OneDrive voor Bedrijven-synchronisatie-app (Groove.exe)

(deze video is automatisch vertaalt vanuit het Engels en bevat daardoor een computerstem)

Installeren en configureren

Als u Windows 10 gebruikt, is de OneDrive app al geïnstalleerd op uw computer en gaat u verder met stap 2.Als u Windows 10 of Office 2016 niet hebt, installeert u de Windowsversie van de nieuwe OneDrive-synchronisatie-app.
Start OneDrive Setup.
Als u niet met een account bent aangemeld bij OneDrive
Als u al met een account bent aangemeld bij OneDrive

Als u niet met een account bent aangemeld bij OneDrive

Als u nog geen account hebt aangemeld bij OneDrive, gebruikt u deze instructies om OneDrivete starten.

Selecteer de Startknop, zoek naar ‘OneDrive’ en open deze vervolgens:
In Windows 10 selecteert u OneDrive.
In Windows 7 selecteert u onder Programma’s, de optie Microsoft OneDrive.
In Windows 8.1, zoekt u naarOneDrive voor Bedrijven, en selecteer vervolgens de OneDrive voor Bedrijven app.
Wanneer OneDrive Setup wordt gestart, voert u uw persoonlijke, werk- of schoolaccount in en selecteert u Aanmelden.

Als u al met een account bent aangemeld bij OneDrive

Als u al een-account hebt aangemeld bij OneDrive en u een ander account wilt toevoegen, doet u dat in OneDrive -instellingen.

Selecteer het witte of blauwe OneDrive-wolkpictogram in het systeemvak op de taakbalk van Windows.(Misschien moet u op de pijl Verborgen pictogrammen weergeven naast het systeemvak klikken om het pictogram OneDrive te kunnen zien. Als het pictogram niet wordt weergegeven in het systeemvak, wordt OneDrive mogelijk niet uitgevoerd. Klik op Start, typ OneDrive in het zoekvak en klik vervolgens op OneDrive in de zoekresultaten.)
Selecteer Meer > Instellingen.
In Instellingen selecteert u de optie Account en vervolgens selecteert u Een account toevoegen.Wanneer OneDrive Instellen wordt gestart, voert u uw nieuwe account in en selecteert u vervolgens Aanmelden.
Opmerking: Hoewel u meerdere OneDrive voor werk of school accounts kunt synchroniseren, kunt u slechts één persoonlijk OneDrive account synchroniseren.

Belangrijke punten met betrekking tot OneDrive Setup

OneDrive Setup bevat twee schermen om speciaal op te letten:

In het scherm Dit is uw OneDrive-map selecteert u Volgende om de standaardmaplocatie voor uw OneDrive-bestanden te accepteren. Als u de maplocatie wilt wijzigen, selecteert u Locatie wijzigen. Dit is het beste moment om deze wijziging aan te brengen.
Op het scherm Al uw bestanden klaar voor gebruik en op aanvraag beschikbaar, ziet u hoe bestanden worden gemarkeerd als alleen-online, lokaal beschikbaar of altijd beschikbaar. Met Bestanden op aanvraag krijgt u toegang tot al uw bestanden in OneDrive zonder deze te hoeven downloaden en gebruik te maken van opslagruimte op uw Windows-apparaat. Selecteer Volgende.
Opmerking: Als u OneDrive voor werk of school al met uw computer hebt gesynchroniseerd (met behulp van de vorige synchronisatie-app) en u de synchronisatie-app zojuist hebt geïnstalleerd, ziet u de schermen Dit is uw OneDrive-map of Bestanden uit uw OneDrive synchroniseren niet tijdens OneDrive Setup. De synchronisatie-app neemt automatisch dezelfde maplocatie voor synchronisatie over die u eerder hebt gebruikt. U kunt aangeven welke mappen u wilt synchroniseren door met de rechtermuisknop op het blauwe cloudpictogram in het systeemvak op de taakbalk te klikken en Instellingen > Account > Mappen kiezente selecteren.

Uw OneDrive-bestanden weergeven en beheren

U bent nu helemaal klaar. Uw OneDrive bestanden worden weergegeven in Verkenner in de OneDrive-map. Als u meer dan één account gebruikt, worden uw persoonlijke bestanden weergegeven onder OneDrive – Persoonlijk en uw werk- of schoolbestanden onder OneDrive – NaamOrganisatie.

Er staat nu een nieuw wit of blauw cloudpictogram (of beiden) in het systeemvak en uw werkbestanden worden gesynchroniseerd naar uw computer. Het blauwe cloudpictogram wordt weergegeven als OneDrive – [NaamVanUwTenant] als u de muisaanwijzer boven het pictogram plaatst.

Opmerking: Contoso is een voorbeeldnaam. U ziet de naam van uw organisatie.

Telkens als u de mappen die op uw computer worden gesynchroniseerd, wilt wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop op het cloudpictogram in het systeemvak op de taakbalk en selecteert u Instellingen > Account > Mappen kiezen. Vanaf hier kunt u zoeken naar meer informatie over uw account en kunt u meer wijzigingen aanbrengen in de OneDrive-instellingen.

Kiezen welke OneDrive-mappen worden gesynchroniseerd met uw computer

Als u niet al uw mappen in OneDrive naar uw computer wilt synchroniseren, kunt u opgeven welke mappen u wilt synchroniseren.
Notities:

U kunt alleen kiezen welke mappen u wilt synchroniseren als u de nieuwe synchronisatieclient van OneDrive gebruikt. Welke OneDrive-app?
Hebt u Windows 10 of Mac 10.14? Waar wacht u nog op? Bespaar ruimte met Bestanden Op Aanvraag voor Windows of voor Mac vandaag!
Selecteer het besturingssysteem van uw apparaat vanuit een van de onderstaande tabbladen:

Notities:

Als u een map uitschakelt die u naar uw computer wordt gesynchroniseerd, wordt die map van uw computer verwijderd. De map en de inhoud ervan zijn nog steeds online beschikbaar.
De synchronisatie-instellingen die u kiest, zijn uniek voor elke computer tenzij u alles overal synchroniseert. Als u mappen op twee computers kiest en op computer A een nieuwe map maakt die u met computer B wilt synchroniseren, moet u naar computer B gaan en daar de nieuwe map selecteren.

Synchronisatie-instellingen op Windows 10-apparaten

Als Synchronisatie-instellingen is ingeschakeld, synchroniseert Windows de instellingen die u kiest op alle Windows 10-apparaten waarop u hebt ingelogd met uw Microsoft-account.Opmerking
U kunt uw instellingen ook synchroniseren voor een werk- of schoolaccount als dat wordt toegestaan door uw organisatie. Meer informatie over hoe Azure Active Directory en Enterprise State Roaming gebruikers- en app-instellingen synchroniseren met de cloud vindt u in Overzicht van Enterprise State Roaming.
U vindt de synchronisatie-instellingen door de Startknop en vervolgens Instellingen  > Accounts  > Uw instellingen synchroniseren te selecteren.

Als u wilt stoppen met het synchroniseren van uw instellingen en deze wilt verwijderen uit de cloud, schakelt u gesynchroniseerde instellingen uit voor alle apparaten die zijn gekoppeld aan uw Microsoft-account uitschakelen. Vervolgens gaat u naar de pagina Apparaten, selecteert u Meer acties voor het apparaat dat u wilt beheren en vervolgens Cloudback-up van persoonlijke instellingen verwijderen.

U kunt bijvoorbeeld instellingen voor taalvoorkeuren, wachtwoorden en kleurenthema’s laten synchroniseren. Als u Andere Windows-instellingen inschakelt, synchroniseert Windows ook bepaalde apparaatinstellingen (zoals printer- en muisopties), instellingen voor Verkenner en voorkeuren voor meldingen.

Synchronisatie-instellingen openen

Minder OneDrive-bestanden bewaren op je pc

Selecteer op de taakbalk Verborgen pictogrammen weergeven , klik met je rechtermuisknop op (of klik en houd vast) OneDrive en selecteer Instellingen.

Selecteer het tabblad Account (indien dit nog niet is geselecteerd) en selecteer vervolgens Mappen kiezen.

Schakel de selectievakjes uit van de mappen die je offline niet nodig hebt en selecteer vervolgens OK. Deze mappen worden niet meer weergeven in de Verkenner, maar ze staan nog wel online op OneDrive.com.

De locatie van uw OneDrive-map wijzigen

Selecteer het Microsoft OneDrive Cloud-pictogram op de taakbalk of menubalk.
Selecteer Help & instellingen > instellingen.
Selecteer op het tabblad account de optie deze PC ontkoppelen of deze Mac ontkoppelen. Het scherm OneDrive instellingen wordt weergegeven, maar u kunt dit voorlopig negeren.
Beweeg vervolgens uw OneDrive voor uw map voor thuisgebruik of OneDrive voor werk of school. Sleep de map OneDrive naar de gewenste locatie met behulp van Verkenner of Mac Finder.

Ga terug naar het instellingenscherm van OneDrive, selecteer aan de slagen volg de instructies totdat u op het scherm komt waar u de locatie van de OneDrive map kunt wijzigen. Selecteer wijzigen, kies de locatie van de nieuwe map en selecteer vervolgens OK.
U ziet een bericht waarin wordt aangegeven dat de OneDrive map op de nieuwe locatie al bestanden bevat. Selecteer deze locatie gebruikenen voltooi het instellen van OneDrive.
Als u ervoor hebt gekozen om alleen bepaalde mappen vóór het opnieuw instellen te synchroniseren, moet u dat doen wanneer de synchronisatie is voltooid.
U moet dit doen voor uw persoonlijke OneDrive en OneDrive voor werk of school.

Minder OneDrive-bestanden bewaren op je pc

Selecteer op de taakbalk Verborgen pictogrammen weergeven , klik met je rechtermuisknop op (of klik en houd vast) OneDrive en selecteer Instellingen.

Selecteer het tabblad Account (indien dit nog niet is geselecteerd) en selecteer vervolgens Mappen kiezen.

Schakel de selectievakjes uit van de mappen die je offline niet nodig hebt en selecteer vervolgens OK. Deze mappen worden niet meer weergeven in de Verkenner, maar ze staan nog wel online op OneDrive.com.

Meer hulp nodig?

We kunnen best begrijpen dat u er soms niet alleen uitkomt, daarom staan onze specialisten voor u klaar!

Stuur een support ticket

Heeft u hulp nodig maar geen tijd om te bellen of is het na sluitingstijd?
Via ons ticketsysteem kunt u eenvoudig uw vraag of reparatie verzoek indienen.

Ticket Indienen
Ticket Indienen

Bel ons direct!

Heeft u liever persoonlijk contact? U kunt ons bellen op maandag tot en met zaterdag van 09:00 tot 21:00.

Bel +31 (0)85 - 785 10 11
Bel +31 (0)85 - 785 10 11

Stuur een Whatsappje

Wilt u snel antwoord op al uw vragen? Stuur een bericht via whatsapp en krijg direct antwoord op al uw vragen.
Druk op de knop om te beginnen met chatten.

Maak Direct Een Afspraak Met Onze Afspraakplanner!
Een afspraak maken met onze specialisten gaat eenvoudig! Via onze afspraakplanner kunt u eenvoudig een datum en tijd kiezen waarop wij langskomen.
oktober 2020
ma di wo do vr za zo
2829301234
567891011
12131415161718
19202122232425
2627282930311

Altijd het laatste ICT nieuws en blog berichten in uw mailbox? Meld u aan!




Aanmelden
Aanmelden

© 2020 | Alle Rechten Voorbehouden | KvK 77164067 | Ontwerp & Realisatie: EasyComp Zeeland

Hulp Nodig? Stuur een Whatsappje!